Westkust Israël

RONDREIS ISRAËL

AQABA (JORDANIË) – EILAT (ISRAËL) 

29 OKTOBER 1995

Vandaag vertrekken we vanuit Aqaba naar Israël. Onze koffers zijn bijna niet meer te tillen na een weekje Syrië en Jordanië, straks bij de grens met Israël zal het toch moeten. Om 12:00 uur worden we door een taxi opgehaald. De chauffeur wil me graag van John kopen voor een prijs van 25 kamelen. John moet even nadenken… als de chauffeur dertig kamelen had geboden was het een goede deal geweest, nu dus maar niet! (grapje). Gepakt en gezakt arriveren we om 13:00 uur bij de grenspost Aqaba – Eilat. Na het betalen van de uitreisbelasting, sjokken we als twee emigranten met heel ons hebben en houwen door een stuk ‘niemandsland’ naar de Israëlische grens. Een 7 m brede grensstrook van prikkeldraad scheidt de twee landen maar sinds de zomer van 1994 is er een vrije doorgang voor toeristen. Maar er is zo’n gespannen sfeer. Geweren in de aanslag en constant overleg tussen de diverse militairen aan de grens. We krijgen een kaart waar drie stempels op moeten. Eén stempel als we door de security heen zijn, één stempel voor de paspoortcontrole en de laatste stempel is voor de koffercontrole. Na alle controles doorlopen te hebben en alle stempels op onze kaart mogen we verder lopen met onze koffers aan de hand. De hekken worden geopend en we zijn in Israël. We regelen een taxi en met een grote dikke Mercedes worden we naar het vliegveld gebracht voor onze vlucht van Eilat naar de hoofdstad Tel Aviv vanwaar we onze rondreis door Israël zullen starten.
Op de luchthaven is overal controle, als iemand ergens heeft gezeten en opstaat komt meteen iemand kijken of er iets ligt. Continue worden de prullenbakken gecontroleerd en achter stoelen en banken gekeken of er ook maar iets ligt wat staatsgevaarlijk kan zijn. Het geeft meteen een onbehaaglijk sfeertje. Dan moeten we eindelijk gaan inchecken. De koffers moeten open en een reeks van vragen wordt afgevuurd. Heb je zelf je koffer ingepakt? Heb je het zelf afgesloten? Heb je je koffer de hele tijd in de gaten gehouden? etc. etc. De antieke dolk uit Syrië en het antieke geweer uit Jordanië moeten we inleveren. Die gaan via de cockpit de reis naar Tel Aviv maken. Nu nog de stempels in het paspoort. In Israël doen ze niet moeilijk over het feit dat we al een stempel van Syrië in ons paspoort hebben staan. Twee weken geleden waren we Syrië niet ingekomen als we een stempel van Israël in ons paspoort hadden gehad. Onze eerste indruk in Israël is dat de mensen hier niet zo vriendelijk zijn als in Syrië en Jordanië. Om 15:40 uur vliegen we naar Tel Aviv; een vlucht van zo’n 35minuten. We landen op de Ben Gurion Airport waar we in een soort ‘garage’ onze koffers en de antieke dolk en geweer terugkrijgen. Na een tijdje wachten worden we door een busje opgehaald en gebracht naar het super de luxe Kfar Maccabich Hotel.
We hebben een mooie kamer en jawel: warm water dat was geen vanzelfsprekendheid meer tijdens de afgelopen weken door Syrië en Jordanië. Eigenlijk hadden we verwacht dat de gids van de reisorganisatie ons informatie zou geven over het tijdstip van de wake-up call voor de volgende dag maar we zien niemand. Dan maar even bij de receptie informeren. Die weten ook nergens vanaf alleen dat er om 6:30 uur een wake-up call voor ons kamer staat gepland maar dat er in het restaurant wel een man zit die gids is en die morgen aan een rondreis Israël begint. Dus lopen we maar even naar die man toe, stellen ons voor en vragen wat de bedoeling morgen zal zijn. Nou de toon wordt al meteen gezet…. Onze gids antwoordt dat we morgen starten met een rondreis door Israël. Tja dat wisten wij ook die hadden we tenslotte een aantal maanden geleden zelf geboekt. Ons beeld dat de mensen hier niet zo vriendelijk en erg hautain zijn wordt weer bevestigd. We besluiten lekker te gaan dineren in het restaurant en we zien de volgende dag wel wat ons te wachten staat.

TEL AVIV – CAESEREA – HAIFA – AKKO – NAZARETH

30 OKTOBER 1995

We hebben heerlijk geslapen. De wake-up call is inderdaad om 6:30 uur. Na het ontbijt nemen we zelf de koffers mee naar beneden en wachten bij de ingang waar verschillende bussen staan. We weten nog steeds niets en zien ineens de ‘gids’ die we gisteren hadden aangesproken bij een bus staan. Dus dat zal onze bus wel zijn…. Vreselijk slecht geregeld. Onze koffers worden ingeladen en tot onze grote verbazing is het ook nog een groep van 46 personen. Als we dat toch allemaal van te voren hadden geweten hadden we nooit bij Isropa geboekt. Maar goed we zullen er maar het beste van gaan maken.
Onze route loopt vandaag in noordelijke richting met na zo’n 45 km een stop bij de oude stad Caesarea, gelegen aan de Middellandse Zee. Bij Caesarea worden al tientallen jaren opgravingen gedaan nadat het duinzand bezit had genomen van deze eens zo machtige stad. De havenstad Caesarea is in de 4e eeuw v.Chr. gesticht door de Feniciërs. Later ging het deel uitmaken van het Griekse rijk van Alexander de Grote. Daarna werd het een twistappel tussen de hellenistische rijken van de Seleuciden en Ptolemaeën waarna het Romeinse Rijk de macht overnam. De stad heette in die tijd Strato’s Toren en had een vrij beperkte omvang. In de Romeinse tijd werd de stad door Herodes de Grote uitgebreid en verfraaid. De bouwwerkzaamheden vonden plaats tussen ca. 22 en 10 v.Chr. Herodes gaf de stad de naam Caesarea, ter ere van keizer Caesar Augustus. Onder Herodes groeide Caesarea van een relatief onbetekenend dorpje uit tot de tweede stad in het Joodse land. Herodes liet een grote haven aanleggen, met ruimte voor zo’n 300 schepen. De haven was in de eerste eeuw een tussenstation op een van de belangrijkste vaarroutes van Alexandrië naar Rome. Ook bouwde hij in Caesarea aan de kust een paleis, waar hij ’s zomers verbleef. In de stad zelf bouwde Herodes een agora, verschillende tempels, een theater en een hippodroom met uitzicht over zee. Omdat in de door Herodes uitgebreide stad meer water nodig was dan uit natuurlijke bronnen voorhanden was, legde hij een 18 km lang aquaduct aan dat vanuit het Karmel-gebergte water naar de stad bracht. Het aquaduct is nog in best goede staat. met een lengte van 18 km bracht het water van de bergen naar de stad.
Een stukje verder ligt het theater. In 1961 werd tijdens opgravingen een stenen blok ontdekt met een inscriptie die Pontius Pilatus vermeldt. Deze inscriptie stond oorspronkelijk op een tempel ter ere van keizer Tiberius in Caesarea, waar Pilatus als Romeins gouverneur zetelde. Deze tempel werd afgebroken en het blok met de inscriptie kwam tijdens een restauratie van het theater in een van de trappen terecht. De tekst van de inscriptie luidt: Pontius Pilatus, prefect van Judea bouwde en wijdde dit Tiberieum en wijdde het aan de goddelijke Tiberius. De originele inscriptie wordt tegenwoordig tentoongesteld in het Israëlisch Museum, in het theater is een replica geplaatst.

Vanuit Caesarea rijden we naar de Karmelberg vanwaar we een uitzicht hebben op Haifa, Israëls grootste havenstad en de bergen van Galilea. In Haifa is veel industrie. Israël wil zoveel mogelijk industrieën in eigen land hebben en ontwikkelen om niet afhankelijk te zijn van andere landen. We rijden weer verder in noordelijke richting naar de oude stad Akko. Akko heeft een karakteristieke middeleeuwse en oosterse uitstraling, met veel oude gebouwen en muren. De oude stad is een van de steden in Israël met een overwegend Arabische bevolking. In tegenstelling tot andere steden, is Akko een moslimstad. Het is een typische Midden-Oosten stad met een wirwar van straten en smalle steegjes. Hier zijn de mensen heel vriendelijk.

Dan rijden we naar Nazareth. Nazareth, gelegen in een diep dal, is een heilige plaats voor het Christendom. Maria ontving er de boodschap van de komst van Jezus, die er zijn jeugd doorbracht en er gedurende dertig jaren woonde. Wij bezoeken de kerk van de Aankondiging die volgens de overlevering zou zijn gebouwd boven het huis van de Heilige Familie. Rond de kerk is een grote galerij van gebrandschilderde ramen, fresco’s wand- en vloermozaïeken. Zij zijn door christelijke gemeenschappen uit diverse landen geschonken en vaak ook in de stijl van het schenkende land uitgevoerd. Het is wel een apart gezicht als je een afbeelding ziet van Maria in kimono of in een Thaise stijl. Op de gevel van de kerk zijn de vier evangelisten in steen uitgehouwen: Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes.

De basiliek is gebouwd op de plaats waar volgens de traditie de engel Gabriël de geboorte van Jezus zou hebben aangekondigd. De basiliek bestaat uit twee niveaus die met elkaar zijn verbonden. Het onderste niveau omvat de grot waar het huis van Maria zou zijn geweest. Het bovenste niveau volgt de omtrek van de 12e-eeuwse kruisvaarderskathedraal.
Naast de Aankondigingskerk staat een andere kerk. Die is volgens de overlevering gebouwd op de fundamenten van het huis (grot) van Jozef. Onder de kerk zouden resten liggen van een grot van een timmerman. Maar het is heel goed mogelijk dat er meerdere timmermannen in Nazareth gewoond hebben. Op zichzelf maakt het niet zoveel uit het is vooral het idee voor de pelgrims denk ik maar. Het is inmiddels bijna 17:00 uur als we uit Nazareth vertrekken. We merken beiden dat de groep veel te groot is. Je kunt de gids nauwelijks verstaan in zo’n grote groep. Er is nog zoveel meer in Nazareth te zien maar voordat iedereen die bus uit en weer in is duurt telkens al bijna een kwartier. En dan het tellen of iedereen er wel is. Dat is niet echt aan ons besteed.
Ons hotel ligt in Tiberias gelegen aan het meer van Galilea wat 220 meter onder de zeespiegel ligt. Het hotel, Paradise, is echt een paradijsje en ligt aan het meer van Tiberias. Mooie kamers en we genieten ’s avonds van een heerlijk diner. Maar het valt ons ook weer hier op dat in het hotel de Joden heel bedrijvig zijn, hardwerkend maar totaal niet vriendelijk. Ze hebben zelfs iets superieurs over zich.