Fernandina - Isabela

RONDREIS GALAPAGOS-EILANDEN

Fernandina blijft de meest actieve en meest ongerepte van de Galapagos-vulkanen. Met uitzondering van een enkele bezoekerssite aan de noordoostelijke rand van het eiland, wordt het eiland in ongerepte staat gehouden. Fernandina heeft een grote populatie landleguanen, die zowel op de rand van de caldera als in de diepte nestelt. Vanwege het koude, opwellende water van de ondergrondse Cromwell-stroom die de archipel vanuit het westen raakt, waar het naar de oppervlakte wordt geduwd, zijn de wateren rond Fernandina en westelijk Isabela de rijkste wateren in de archipel. Deze koude wateren bieden ook een uitstekende habitat voor zowel vliegende aalscholvers als Galapagos-pinguïns.

Het zeepaardvormige Isabela-eiland heette oorspronkelijk Albemarle-eiland voor de hertog van Albemarle door Ambrose Cowley, een van de eerste mannen die ooit voet op de eilanden zette, in 1684. Het is het grootste van alle eilanden, 120 km lang en groter dan alle andere eilanden samen. Isabela is een van de meer vulkanisch actieve eilanden. 

 

FERNANDINA – ISABELA 

4 MEI 2003

Om 6:00 uur staan we al aan dek als we rond de equatoriale wateren varen. Helaas geen dolfijn of walvis te bekennen. We blijven nog tot 7:00 uur aan dek maar ons wachten wordt niet beloond; wel staat de zon al flink zijn best te doen aan de strakblauwe hemel. De scheepsbemanning is zoals elke ochtend weer druk met het poetsen van al het koper en het schoon maken van het dek. We krijgen als ‘beloning’ een certificaat dat we nu tot “Galapagos haai” zijn gedoopt omdat we de evenaar hebben gekruist. Na het ontbijt gaan we met een droge landing aan land bij Punto Espinoza bij Fernandina Eiland.
Fernandina is het derde grootste en jongste eiland van de eilandengroep. Het eiland (slechts 700 000 jaar oud) is een actieve vulkaan. De krater van de vulkaan is ongeveer 6,5 km breed. Dit is dus ook het eiland waar je de grootste kans maakt om een vulkaaneruptie te zien. Hopelijk blijft ons dat bespaard. Hoewel de gidsen denken dat het niet lang meer zal duren totdat de vulkaan actief zal gaan worden. Dit eiland is bevolkt door een groot aantal landleguanen, waarvan de vrouwtjes ieder jaar naar de vulkaankrater trekken om daar hun eieren te leggen. Door de droogte, en door zijn afgelegen ligging is dit een van de oorspronkelijkste eilanden. Maar daar mogen wij niet bij in de buurt komen.
De enige bezoekerssite is Punta Espinosa in het noordwesten van het eiland. Je vindt hier de grootste kolonie zeeleguanen. Met honderden zonnebaden ze op de rotsen. Je treft er ook zeeleeuwen, stormvogels, lopende aalscholvers en Galapagos-pinguïns aan. Doordat het hoog tij is geweest zijn de lavarotsen zo glad dat het een glijpartij is. De lava is hier slechts 100 jaar oud op deze plek waar we aan land gaan. Je kunt de jonge lavastromen ook goed zien. De lange slierten lava noemt men ook wel touwlava. Het landschap wordt naast de mangrovebossen aan het water slechts afgewisseld door een gele lavacactus.

Nijpend gebrek aan zoet water, een vaak schaars voedselaanbod en de felle strijd om deze hulpbronnen op een zeer beperkte ruimte verlangden van degenen die wilden overleven talrijke specifieke aanpassingen. Het verst gingen daarbij misschien wel de zeeleguanen, wereldwijd uniek onder de reptielen, kozen voor algen als voedingsmiddel. De daarvoor noodzakelijke aanpassingen zijn extremer dan het misschien mag klinken. Om te beginnen bevatten algen veel zout dat weer kwijt geraakt moet worden – in dit geval ontwikkelden de zeeleguanen hiervoor speciale klieren in hun neusgaten – en verder is de lichaamstemperatuur van de zeeleguanen net als die van alle reptielen afhankelijk van de omgeving, en het zeewater bij de Galapagos is koud! Om dus onder water geruime tijd beweeglijk te kunnen blijven, moet het dier in staat zijn afkoeling tegen te gaan. Bijvoorbeeld door het vertragen van de hartslag bij het duiken. Daarnaast heeft het nog stevige klauwen nodig om zich in de branding vast te houden aan de rotsen, vlakke tanden en snuit voor de algen te eten en een platte zwemstaart. Alles bij elkaar een héél palet van verstrekkende, ook lichamelijke, omvormingen om te kunnen overleven.
De grootste zeeleguanen kunnen wel een lengte van 1,30 m halen. Het zijn net draken met de ‘bepantsering’ op hun koppen. De zeeleguanen leggen hun eieren in het zand. Als de jongen worden geboren, schuilen ze de eerste tijd onder de mangrovebossen voor hun vijanden. Na een maand gaan de jongen ook al richting zee voor hun dagelijkse portie algen. Soms voel je het zout tegen je kuiten van de spugende zeeleguanen. Grappig gevoel. We zien dat de zeeleguanen, die zojuist uit het koude zeewater komen, zich op de lavarotsen weer opwarmen. Hun lichaamstemperatuur moet weer op een normaal niveau van 35-37 graden worden gebracht voor ze naar hun volgende algenhapje kunnen.
Bij een kraakheldere lagune zien we opeens het kopje van een zeeschildpad boven komen. Maar ook de altijd vertederende zeeleeuwtjes en de knalrode Sally-Lightfoot krabben zijn hier weer overal te zien. Maar de Galapagos-stormvogel blijft onverstoorbaar als we langs lopen, op zoek naar kleine schaaldieren, inktvisjes en andere zeediertjes.
Op Fernandina Eiland is de enige broedkolonie van niet vliegende aalscholvers. Dieren op de Galapagos hebben zich grotendeels uit nood moeten aanpassen aan hun omgeving waardoor er door de evolutie nieuwe diersoorten ontstonden. De niet vliegende aalscholver deed dit niet uit nood maar door de gelukkige omstandigheid dat hij geen vijanden had. Zodoende verleerde hij het vliegen en was het voor hem veel aantrekkelijker om de bespaarde vliegenergie om te zetten in gewicht en daarmee zijn duikvermogen te verbeteren. Zijn sterk gereduceerde vleugels dragen hem niet meer en hoeven dat ook niet meer. Wel moet hij na een duik in het water nog altijd zijn veren laten drogen want zijn verenkleed is net zoals bij de ‘gewone’ aalscholvers niet waterdicht. Het is op de een of andere manier een vertederend gezicht als we het mannetje met een stuk zeewier waggelend zien lopen en het naar zijn vrouwtje brengt, die op het nest zit om hun toekomstige kroost te beschermen. Tussen de lavarotsen zien we opgedroogde zee-egeltjes liggen, het lijken net kleine landmijnen.

Rond 10:30 uur gaan we weer terug aan boord, even de filmrolletjes aanvullen en daarna meteen op pad voor een panga-ride langs de kust bij Fernandina. Naast allerlei Jan van Genten, zeeleeuwen, aalscholvers, pelikanen en krabben, zien we ……… jawel Galapagos pinguïns. Deze pinguïnsoort is de enige ’tropische’ pinguïn ter wereld, alle anderen wonen in de poolgebieden. Deze pinguïnsoort kan op de evenaar leven omdat het water er zo’n 18 graden is en er schaduw brengende uithollingen in het lava zijn die oververhitting van deze snelle zwemmers voorkomen. De aalscholvers lijken net standbeelden als ze op de rotsen beweegloos hun vleugels laten drogen. Na een tijdje varen we weer terug naar de Isabela II voor onze lunch.  

Na de lunch varen we naar het grootste eiland van de Galapagos archipel, Isabela. Dit is het grootste eiland van de archipel. Het is ontstaan uit het samenvloeien van zes vulkanen, die overigens nog steeds actief zijn. Het eiland heeft een beetje de vorm van een zeepaardje. Wij maken een natte landing bij Urbina Bay. Deze baai ligt aan de voet van de vulkaan Alcedo. In 1954 duwden de vulkanische krachten hier vlak bij de kust een koraalrif omhoog. De golven zijn zo hoog dat we deze keer wel van een super natte landing mogen spreken, tot aan ons kruis zijn we doorweekt.
Tot 1950 stond Urbina Bay nog helemaal onder water, maar nu is er volop dierenleven en veel plantengroei. Wat opvalt is dat er hier veel geel bloeiende planten en struiken groeien. Wat blijkt: de bestuivers vielen op de kleur geel en zodoende vermenigvuldigde deze plant/struik zich optimaal.
Op Isabele Eiland zijn nog landleguanen te vinden. De grootste bedreiging voor deze diersoort, als ook voor de reuzenschildpadden, zijn de 15.000 wilde geiten die op dit grootste eiland leven en de vegetatie van deze landleguanen en reuzenschildpadden enorm hebben aangetast. Men is nu tot een radicale methode overgegaan, de geiten worden vanuit helikopters afgeschoten. Op verschillende plekken zie je dan ook hun kadavers liggen waar allerlei kleine krabbetjes zich aan te goed doen. We hebben maar één doel deze middag volgens onze gids Vanessa: een landleguaan zien. In tegenstelling tot de zeeleguanen voeden de landleguanen zich uitsluitend met landplanten en in droge tijden eten ze ook de stekelige cactusloten. Ze hebben dezelfde gepantserde huid als de zeeleguanen, maar geen platte snuit. Nu, in de voortplantingstijd hebben de mannetjes de meest mooie geel, oker tot bruin gekleurde huid, de vrouwtjes daarentegen zijn zwart gekleurd. Wow, wat hebben we geluk we zien landleguanen, mooi gekleurde mannetjes! Naderhand zal blijken dat wij van de drie groepen de enige groep waren, die ze hebben gezien. Een lotje uit de loterij dus. Landleguanen hebben een hol waar ze ’s nachts verblijven en hun eieren in leggen. Tijdens de paringstijd mag alleen een vrouwtje het afgebakende territorium betreden. Eventuele rivalen worden aangevallen en raken in felle bijtgevechten verwikkeld waarbij soms staarten worden afgebeten. Een stukje verder zien we ook een mannetje lopen die een heel stuk van zijn staart kwijt is….. die is dus op vrouwtjesjacht gegaan toen het niet was geoorloofd.

Om 17:30 uur gaan we weer per zodiac terug naar het cruiseschip. Bijna vanzelfsprekend heeft Pepe weer voor een heerlijk drankje en snack gezorgd. Nog even de presentielijst tekenen dat we weer aan boord zijn. Zwemvesten uit en naar boven op het zonnedek genieten van een mooie zonsondergang. Om 19:15 uur hebben we onze laatste briefing. Nog maar één dag (morgen) op dit paradijselijke stukje aarde. Na het diner gaan we nog even op het dek van de sterrenhemel genieten en horen we allerlei vogels om de boot vliegen. Het blijft geweldig maar om 22:00 uur gaan we slapen. Elke avond ligt er op onze hoofdkussens een ander kaartje met een schildpadje wat slaapt en in verschillende talen ons welterusten wenst.