Noto - Modica - Ragusa

RONDREIS SICILIË

De plaatsen Noto, Modica en Ragusa liggen in het zuiden van Sicilië en worden ook wel de barokke vallei genoemd.

Op 11 januari 1693, na een enorme uitbarsting van de Etna, werd Zuidoost-Sicilië getroffen door een zware aardbeving. Maar uit de ramp verrees een uniek wonder. De steden werden herbouwd met het plaatselijke aanwezige lichte kalksteen, in barokke architectuur. Het abrikoos gele Noto en amandel witte Modica zijn prachtige steden geworden. Sinds 2002 staat het gebied Val di Noto met zijn barokke stadjes op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

NOTO – MODICA – RAGUSA

8 MEI 2023

Om 6:45 uur loopt de wekker af. Het is zwaar bewolkt en een regenachtige lucht. Blijkbaar is 6:45 uur in dit resort heel vroeg want als we om 7:30 uur in het restaurant zijn om te ontbijten zijn we de enigen en staat nog lang niet alles klaar. Om 8:30 uur checken we uit en onze chauffeur Dario staat ons al op te wachten. Onze bestemming is vandaag Noto, Domica en Regusa ibla.
Noto is helemaal opnieuw opgebouwd na een flinke aardbeving in 1693, waardoor je er heel veel barokke elementen vindt. De oude stad, Noto Antica, werd op 11 januari 1693 getroffen door een zware aardbeving, waarbij de stad bijna volledig werd verwoest. Na de aardbeving werd een nieuw Noto gebouwd, twaalf kilometer ten zuidoosten van de oude stad, op een iets lager niveau dan Noto Antica. De stad werd mooier dan ooit tevoren. Noto werd verdeeld in drie stukken, van elkaar gescheiden door parallelle straten die van oost naar west liepen, waarbij de zon in alle drie de delen constant kon worden gezien en waarbij elke hoek van de straat prachtige panorama’s zou tonen. Het bovenste deel van de stad werd gereserveerd voor de adel, het middelste gedeelte voor de geestelijken (met als uitzondering het Palazzo Landolini) en het laagste deel van de stad voor het gewone volk.
De belangrijkste kerken en palazzi werden gebouwd met tufsteen, een materiaal dat het zonlicht als het ware absorbeert, waardoor de gebouwen worden omgetoverd tot prachtige, goudkleurige gebouwen. Helaas is van deze goudkleurige gebouwen vandaag geen sprake door de bewolking en de regen die zo nu en dan valt.
Onze gids, Eleonore, een vriendelijke vrouw die in Modica woont wacht ons al op. We beginnen onze stadswandeling bij de Porta Reale, de stadspoort aan het begin van de Corso Vittorio Emanuele. De Porta Reale werd in 1838 ontworpen door de Napolitaanse architect Giorgio Angelini, ter gelegenheid van het bezoek van koning Ferdinand II van Bourbon aan Noto. De koninklijke symbolen spreken voor zich: de pelikaan staat voor zelfopoffering, de hond is een teken van trouw en loyaliteit en de toren straalt kracht uit.

Langs de hoofdstraat kom je langs drie pleinen waarop drie indrukwekkende kerken prijken, steeds met hoge trappen ervoor. Het eerste plein dat je tegenkomt, is het Piazza dell’Immacolata, met de San Francesco all’Immacolata, die tussen 1704 en 1745 werd gebouwd. In de kerk zijn kunstwerken te zien die men uit de Franciscaner kerk in het oude Noto heeft weten te redden.

Een stukje verder aan je rechterhand staat de Cattedrale di San Nicolò. Met de bouw van de kerk werd al in 1700 gestart, maar pas in 1776 werd de laatste steen gelegd. In 1996 stortte een groot deel (koepel) van de kathedraal in. In 2007 werd de kathedraal heropend voor publiek.

Tegenover de kathedraal staat het Palazzo Ducezio waar ook het stadhuis van Noto gevestigd is. Het Palazzo Ducezio werd gebouwd in 1760. Hier werd in 2002 het verdrag getekend waarmee de barokke stadjes onder de naam Val di Noto op de Werelderfgoedlijst van Unesco kwamen, een grote gebeurtenis die wordt herdacht met een prachtige plaquette op de gevel.

Een stukje verder maken we een stop het Palazzo Nicolaci di Villadorata. Dit palazzo van de vooraanstaande familie Nicolaci is een prachtig voorbeeld van de barokke idealen die de stad ademt. Een overvloed van barokke balkonnetjes! De gevel, in barokstijl , wordt gekenmerkt door een groot portaal geflankeerd door twee grote Ionische zuilen en daarboven een balkon, evenals door zes kleinere balkons (drie aan elke kant), ondersteund door consoles die verschillend van elkaar zijn uitgehouwen, met de kenmerken van leeuwen, kinderen, centauren, gevleugelde paarden, hersenschimmen en zeemeerminnen. Na het overlijden van de bewoner schonk hij alles aan de stad om het als museum in te richten en maakte een lange neus naar zijn familie waar hij mee op slechte voet stond. Aan de overkant had hij ook een grote wijnkelder die nu dienst doet als restaurant. Men heeft alles in de oude staat gelaten tot zelfs het stof op de oude flessen wijn.
In de straat waar het palazzo staat wordt elk jaar de infiorata gehouden. Dit is een evenement dat bestaat uit het maken van tapijten met bloemen of delen daarvan in het algemeen ter gelegenheid van het katholieke feest van Corpus Domini .

Op het eind van de straat staat de Chiesa di Montevergine is één van de vele kerken die in het historische centrum van Noto te vinden is. De op zich verscheelt niet heel veel van de andere kerken in Noto. Hij is gebouwd in de achttiende eeuw in de barokke stijl. De kerk is vandaag de dag niet meer in gebruik als geloofsgebouw maar als een klein museumpje. In het museum worden de verschillende kostuums die tijdens de processies gedragen worden. De weg naar deze kerk is elk jaar het decor van de infiorata. We lopen weer terug naar de toegangspoort van Noto. Het is inmiddels 11:30 uur en om 12:00 uur moeten we in Modica zijn voor onze volgende excursie. 

Modica ligt in een gebied dat al sinds de prehistorie bewoond is. Het is dan ook niet gek dat er door de jaren heen meerdere volken de macht hebben gehad in deze stad. Naast de Grieken en de Romeinen hebben hier ook Arabieren gewoond. Honderden jaren geleden is de stad opgesplitst in twee delen, waarvan er een hoger lag dan de ander. De twee delen waren met elkaar verbonden door trappen. Het stadje lijkt wel tegen een berg geplakt te zijn. De stad heeft veel meegemaakt, maar in 1693 gebeurde het ergste. Modica werd getroffen door een aardbeving, waardoor de steden grotendeels verwoest was. In de jaren daarna hebben de bewoners de stad in een barokke stijl herbouwd. Sindsdien staat het centrum ook op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. “Onze” Fiat 500 uit 1971 staat al op ons te wachten voor een tochtje door de zeer smalle straatjes van het centrum van Modica. Helaas begint het te regenen. Zo jammer!

Elke stad heeft een aantal punten die je echt moet bezoeken als je er bent. En dat heeft Modica ook. De kathedraal San Giorgio (Kathedraal van St. Joris) in het centrum is een landmark van Modica die je niet mag missen als je deze stad bezoekt. In de kerk zie je de sporen nog die de aardbeving heeft achtergelaten. Een indrukwekkend en adembenemend bouwwerk.

Vanaf de kathedraal St. Joris hebben we een mooi uitzicht op Modica. Helaas regent het zo hard dat we voor de rest eigenlijk alleen maar ruitenwissers op en neer zien gaan en grote druppels tegen de ramen. We worden in de stromende regen afgezet bij een plaatselijk restaurant waar we een heerlijke lunch krijgen voorgeschoteld.
Modica is ook erg beroemd vanwege de chocolade die nog wordt gemaakt volgens het recept van de oude Azteken. Voor het maken van chocolade wordt hier niets anders gebruikt dan cacao en suiker. Dit mengsel wordt op een halvemaanvormige steen bewerkt tot de unieke cioccolato di Modica. Daarbij blijven de suikerkristallen intact. Die zie – en proef – je dus terug in de uiteindelijke chocoladerepen, die volgens de traditie uit vier stukken bestaan. Het smaakt een beetje korrelig maar heel intens. De chocolademakers voegen geen boter of melk toe aan de cacao, maar ze zorgen wel voor extra smaakmakers die de chocolade nog lekkerder maken. Denk aan vanille, rode pepertjes, sinaasappel, citroen, kaneel, bergamot, johannesbrood of hazelnoot. Natuurlijk mogen we proeven. Eigenlijk zouden we een workshop chocolade maken hier krijgen maar de eigenaar had het te druk in zijn fabriek dus bleef het bij proeven en ….kopen.

Wie Ragusa voor het eerst aanschouwt, kan niet anders dan verliefd worden op het barokstadje waarvan het oude centrum, Ragusa Ibla, ligt ingeklemd tussen twee bergruggen. Met haar smalle sfeervolle straatjes en indrukwekkende Duomo ademt het stadje een bijna middeleeuwse sfeer, maar dankzij de palazzi vol overdadige versieringen en de rijk gedecoreerde balkons, weet ook de barok je te overdonderen. Op de plek van het oude centrum lag voor de aardbeving van 1693, die alle stadjes in de Val di Noto zwaar trof, de hele stad Ragusa. Tijdens de wederopbouw wilden met name de rijke burgers de nieuwe stad iets verderop en iets hogerop bouwen, ook om zo de mogelijkheid te hebben om verder uit te breiden – hetgeen dankzij de twee bergketens eerder niet mogelijk was. Zo ontstond Ragusa Superiore, de huidige ‘bovenstad’. Een aantal Ragusani wilde zijn of haar geboortegrond echter niet verlaten en besloot om opnieuw te gaan bouwen op de plek van de oude stad.
Hier verrees Ragusa Ibla, de huidige ‘benedenstad’ met haar smalle sfeervolle straatjes, de indrukwekkende Duomo en de bijzondere klokkentoren van de Santa Maria dell’Itria, die is uitgegroeid tot hét symbool van Ragusa.
Als we om vier uur arriveren in Ragusa Ibla komt de regen met bakken uit de lucht. What to do? Het heeft geen zin om door de smalle straatjes te slenteren en alles hier te bewonderen. Zelfs de kerken zijn gesloten dus daar kunnen we ook geen schuilplaats vinden.
Eleonore, onze gids, heeft wel een schuilplaats voor ons in petto. Een oude muziekleraar die ze liefkozend ‘Maestro’ noemt heeft een erg grote verzameling en kan prachtig piano spelen. Hij heeft Maria Callas nog begeleidt in zijn jonge jaren. Dus achter de deur van een vrij vervallen pand vinden we een kunstcollectie waar je U tegen zegt. De Maestro geeft een rondleiding, speelt piano en Eleonore die ook nog operazangeres blijkt te zijn zingt het Avé Maria met de Maestro aan de vleugel.

Op het eind van de middag rijden we in de regen naar Ragusa Superiore (de bovenstad) waar we die nacht zullen slapen in het Realais Antica Badia gevestigd in een prachtig 18e-eeuws gebouw, gelegen tegenover de kathedraal van San Giovanni Battista, de patroon- heilige van de stad.
Het gebouw waarin het Relais is gehuisvest, was in feite het huis van de oprichter van Ragusa Superiore en vertelt in elke hoek de geboorte van deze stad, de stijl en cultuur van die tijd, maar ook de banden, verdeeldheid en veranderingen in de drie eeuwen van het leven. Ingericht met kostbare antieke voorwerpen en versierd met perfect gerestaureerde barokke fresco’s en stucwerk is het een oud paleis gelegen tegenover de kathedraal. Wij slapen in de suite Magnolia.

Eigenlijk hebben we niets van Ragusa gezien door de regen. Als het ’s avonds wat minder hard regent lopen we naar de kathedraal van Ragusa, gewijd aan Johannes de Doper die recht tegenover ons hotel ligt. De huidige kerk dateert uit het begin van de 18e eeuw. Het is de zetel van de bisschoppen van Ragusa sinds de oprichting van het bisdom in 1950.
Zoals alle kerken in Sicilië is het een en al barok. Maar tot onze verbazing is een groep nonnen, vele al op leeftijd, hier aan het zingen en dansen. Het lijkt of we op de filmset terecht zijn gekomen van de remake van Sister-Act.